Geschiedenis Valmorel – hoe het in 1976 ontstond

Geschiedenis Valmorel

De geschiedenis Valmorel is vanuit Nederlands perspectief gezien nog niet heel rijk. Het gaat terug tot 1974.
De Nederlandse projectontwikkelaar Jan Poot senior, bekend van Eurowoningen en Chipsol, kreeg contact met een Franse Architect uit Straatsburg, André Heckel. Heckel vertelde dat hij een mooie mogelijkheid zag om een skistation te bouwen. Poot sr. heeft polshoogte genomen maar had onvoldoende vertrouwen om het project op te pakken. Het was een ongunstige tijd en Poot sr. had geen ervaring met ontwikkelen van skistations. Valmorel zou weliswaar, geografisch gezien, het eerste skistation vanaf Parijs kunnen worden. Maar hij voorzag dat het een moeilijk project zou zijn omdat er 12 gemeenten bij betrokken waren, waarvan er twee met elkaar overhoop lagen.

Na veel aandringen is Poot opnieuw gaan kijken. Met zijn zijn oudste zoon is hij met een ratrack (pistenbully) omhoog gegaan. Zijn zoon is naar beneden geskied door de ongerepte natuur en was enthousiast. Op basis daarvan besliste Poot het project toch op te pakken.

Hij stelde als voorwaarde een bouwdistrict op te richten waardoor er een nieuw samenwerkingsverband zou ontstaan. Hij vroeg de prefect (bestuurder) van de regio om voorzitter van het bouwdistrict te worden.

15 augustus 1975 werd het contract getekend. In het daarop volgende jaar werd steeds duidelijk dat Poot een stevige stempel op het project drukte.

Architect

Er werd een architect gevonden. Michel Besançon. Hij draaide een project in Montchavin, afgeleid van de bestaande authentieke architectuur van de Savoie. Dit sprak erg aan. Poot wilde geen hypermoderne uitstraling. Hij zocht het in authenticiteit.

De bouwstijl van de gebouwen in Valmorel is kenmerkend en onderscheidend ten opzichte van de grote flatgebouwen die vaak in de grote Franse gebieden gevonden worden.

De onderkant is gebouwd van natuursteen blokken, dan een stuk met houten bekleding. Op de daken grote leistenen.

De visie van het geheel is in het verlengde van de Eurowoningen. De gebruikers moeten er enthousiast over zijn. Dat betekent goede verkeersoplossingen, goede parkeeroplossingen, mooie archtitectuur, flexibele gebouwen, gezellige faciliteiten en in dit geval goede skiliften.

De filosofie is dat je in Valmorel moet kunnen komen met je auto maar er niet doorheen rijden. En dat je vanuit je bed op de piste moet kunnen staan en vanuit de piste je bed in moet kunnen skiën. Dus dat je geen verkeer nodig hebt daarvoor.

Geschiedenis Valmorel en haar Nederlandse investeerders

Nederlandse pensioenfondsen als de Havenbedrijven Rotterdam, Centraal Beheer, Hoogovens, Westland Utrecht en Rabobank pompten – samen met de Credit Agricole Bank – bijna onuitputtelijk gelden in het creëren van het skiparadijs. En dat lukte, want de gebouwen die werden neergezet onderscheidden zich in alles van wat men in Frankrijk op wintersportgebied gewend was.
In de zomer van 1976 werd begonnen met het neerzetten van het hotel La Fontaine, La Souche en La Sapinière en daarna werd besloten het verder uit te breiden.

Later kreeg de aanpak die Jan Poot gebruikte en de uitstraling met gezellige authentieke architectuur navolging. Valmorel werd gekopieerd bijvoorbeeld in Belle Plagne.

2019

Valmo centrum
De sfeer in het autovrije centrum van Valmorel.

Inmiddels is Valmorel een wintersport dorp met meer dan 13.000 bedden in voornamelijk appartementen. Qua bouw en stijl is Valmorel onderscheidend. Waar anderen voor beton en staal kozen, werd in Valmorel naar kwaliteit en uitstraling gekeken. Dat betekende dat er alleen plaats was voor gebouwen die opgetrokken waren uit hout, natuursteen en dikke leien op de daken. Dat is wat Valmorel  authentiek maakt. De autovrije winkelstraat met de vele gezellige winkeltjes met uithangbordjes, draagt bij aan de romantische sfeer.

Meer lezen over dhr.Poot?
Poot en Eurowoningen

Poot en Chipshol

Meer over de geschiedenis en de relatie met Nederland